Vlaams stoofpotje

30 gr boter
600 gr runderlappen in blokjes
4 sjalotjes in vieren
1 flesje Belgisch bier, bijvoorbeeld Gueuze (inh. 3 dl)
2 sneden bruinbrood zonder korst
2 eetlepels mosterd
2 laurierblaadjes
1 winterwortel in halve plakken
400 gr witte kool in grove stukken
500 gr geschilde aardappelen in stukken van 3 cm
zout, peper
1 eetlepel maïzena

Verhit de boter in een braadpan en bak het vlees hierin rondom
lichtbruin.
Voeg de sjalotjes toe en bak ze ± 2 minuten mee.
Schenk het bier in de pan en voeg zoveel warm water toe dat het vlees
onder staat.
Bestrijk het brood met de mosterd en doe het met de laurierblaadjes in de
pan bij het vlees.
Dek de pan af en laat het vlees ± 2 uur zachtjes koken.
Voeg de wortel, de kool en de aardappelen toe en laat het gerecht in nog
eens 30-60 minuten gaar worden.
Schep het af en toe om.
Breng het op smaak met zout, peper en mosterd.
Roer de maïzena met 3 eetlepels water los en bind er het braadvocht
mee.

Variatie: Vervang de witte kool door een in blokjes gesneden koolraap.