Spinaziecanapés met zoetzure konijnenlever
400 gr verse spinazie
boter
peper, zout, nootmuskaat
3 eetlepels griessuiker
1 1/2 eetlepel water
sherryazijn
1 pitloze sinaasappel
tabasco
1/2 koffielepel roze peperbesjes
4 panklare, verse levers van jong konijn
4 sneetjes witbrood
Spoel de spinazie, haal de steeltjes eraf en kook ze 1 minuut in
lichtgezouten kokend water. Giet ze in een vergiet af en geef ze meteen
een koudwaterbad om de frisgroene kleur te behouden. Druk er het meeste
water uit. Droog de spinazie op een handdoek, hak ze grof en warm ze in
een klontje boter op. Breng op smaak met peper, zout en nootmuskaat en
houd ze warm.
Karameliseer de suiker met het water, stop het verder bruin worden van de
suiker met een scheutje sherryazijn en het door een zeefje gegoten sap van
een halve sinaasappel en breng de saus verder op smaak met 1-2 druppeltjes
tabasco en de roze peper.
Bak de hele levers zachtjes aan alle kanten een kwartiertje in boter.
Kruid met peper en zout, terwijl de gestolde karamelsaus op het vuur
vanzelf weer vloeibaar wordt.
Snijd van de andere sinaasappelhelft (zonder te schillen) 4 schijfjes,
geef die elk een insnijding, die tot het midden loopt en plooi ze om tot
een strikje.
Ontkorst het brood, snijd het in rechthoekjes van 6 x 7 cm en rooster ze
knapperig.
Beleg de toast met de warme spinazie.
Leg de lever middenin het bord.
Giet er de karamel over en zet er daarna het sinaasappelstrikje op.
Het spinaziecanapeetje komt ernaast.


Reacties
Nieuwe reactie inzenden